Ambulance hier… ambulance daar…

Het is een lekkere zomerse middag als ik aan mijn route begin, het is het welbekende rondje. Smetplekje hier, insuline prikje daar en een paar steunkousen. Niet de route met alle hectiek die ik normaal draai, ik was wel blij met een beetje rust in de tent. Na een afschuwelijke week met Ambulances, Huisartsenpost auto’s en heel veel ontlasting en braaksel was ik blij dat ik gewoon even koffie kon drinken met de cliënten en dat ik daar ook de tijd voor zou hebben. Maar zoals alles in de zorg is veranderde dat als donderslag bij heldere hemel.

Ik rij mijn eerste stukje route in alle rust, lekker in het zonnetje op mijn fietsje door de grote wijk, mijn afstand tussen start cliënt en de volgende is bijna 5 kilometer, voor de auto is dat niets maar ik op mijn fietsje moet er aardig voor trappen.

Mijn dag begint al goed, bij de kruising komen er 3 Ambulances aanstormen, zwaailicht, sirenes… Ik heb in de loop van de jaren in mijn vak een bijgeloof ontwikkelt, als ik voor mijn eerste cliënt al toeters en bellen heb gezien is het geen rustige dienst, dat bijgeloof heeft zich bewezen en inmiddels is het een gegeven geworden.

Ik rij zo naar mijn eerste op de route, tussen de muziek door blèrt mijn sTOMsTOM de weg, en ik volg dat keurig op, net als altijd rijd ik in mijn witte pak het erf op en stap af, ik zet mijn fiets op slot en loop naar de voordeur. Bel aan en tot zover geen gekke dingen. Ik word door echtgenoot binnen gelaten, toen ik goed en wel binnen was begon het, vanaf de bank hoor ik “OOWH ik heb het zo koud” hoe vaak ik die zin die avond niet gehoord heb weet ik niet meer maar 100 man kan ze op beiden handen niet meer tellen, ik voer mijn controles uit en ondertussen ligt de cliënt onder 2 wollen dekens.

En nu? Mijn cliënt begint in paniek te hyperventileren, word misselijk en overleg met de echtgenoot, we bellen de HAP beknopt roep ik mijn bevindingen en er komt een arts mijn kant op. Ondertussen is mijn leidinggevende ook onderweg om mij even af te lossen.

In mijn hoofd vraag ik me af of ik wel goed gedoucht heb, het zal toch niet aan mij liggen dat ik die gele auto’s en busjes aantrek?

Toen kwam er een golf zuur, beetje slijm, saturatie dook ineens naar 77%. Dit gebeurt me niet vandaag dacht ik en ben met haar mee gaan ademen, contact was moeilijk maar het lukte. Ik keek in de schaal en kon alleen denken “godzijdank geen bloed.”

De HAP arriveerde en ik kon even ademhalen buiten, toen kwam dochter en kleinzoon aan… OOK DAT NOG FAMILIE, ik weet nog niks en zie 4 ogen vol paniek, ik herpak me en leg uit wat ik wel weet, echtgenoot deed er nog een schepje bovenop door te zeggen:” Je bent net te laat…” de ogen die ik eindelijk rustig had waren in een klap weer vol paniek, ik keek echtgenoot aan en vroeg wat deze bedoelde. “Ja mijn kleinzoon gaat morgen op vakantie… Ze zijn net te laat om normaal afscheid te nemen nu zijn er zoveel mensen.” (mijn hartslag ging weer terug van 120 bpm naar 80…

Uiteindelijk eindigde het in een gele bus met blauw licht, waarbij de ambulance verpleegkundige mij herkende en zei… als dat Julian niet is… wanneer stop je nou is met bellen joh, ik keek hem nadenkend aan, dit was de verpleegkundige die ik al 3x gezien had deze week, 2x in dienst en 1x buiten diensttijd. Ik zei lachend, als ik geen rede meer heb om te bellen en heey en leuke man is altijd leuk om te zien!!! Lachend hesen we mijn cliënt omhoog op de brancard, zette ik de spullen in de Ambulance en heb ik afscheid genomen van de verpleegkundige.

Nu is het wel weer even genoeg met al die Ambulances.

 

Facebook Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.